Bollenveen

Bollenveen3 panorama

Het Bollenveen is onderdeel van het gebied Archeologisch Rijksmonument waaronder de Zeijerstrubben en het Noordsche Veld vallen. Het gebied herbergt grote geheimen van onze geschiedenis met grafheuvels, offerplaatsen en celtic fields en kent het hoogste beschermingsregime.

Het Bollenveen is een pingoruïne met een mysterieuze uitstraling. Men gaat er van uit dat het Bollenveen vanaf de Romeinse tijd tot het begin van de Vroege Middeleeuwen een plaats was waar offers aan de goden werden gebracht. Tijdens een archeologisch onderzoek in 1922 werd door plaatselijke bewoners aan de bekende archeoloog Van Giffen verteld dat hier eerder twee veenlijken waren gevonden. Helaas is hier geen bewijs van teruggevonden en blijft het dus bij een gerucht. Van Giffen zelf heeft bij het Bollenveen wel andere vermoedelijk geofferde voorwerpen gevonden: aardewerk, stukken bewerkt hout en heel veel botten van onder andere (huis)dieren. Ook in dit veentje waren nog de patronen van oude veenputten te zien en de plek waar ooit een tjasker stond: een klein molentje dat water uit het veentje maalde. Op een ansichtkaart uit 1928 was dat mooi te zien. 

13

14

Bollenveen 1928

 

Een deel van de bomen rond het Bollenveen is al relatief oud. Een aantal dikke zomereiken en de aanwezigheid van varens, dalkruid en salomonszegel duidt op een bodem die al aardig lang bosachtig is. Aan de noordwest zijde van het Bollenveen zien we een tjasker staan. Het is de plek waar al begin vorige eeuw een tjasker stond. Dankzij een goede gever was de Werkgroep Zeijerwiek in staat een replica te laten bouwen. 

Aan de noordzijde heeft het realiseren van een ecologische verbinding over de gehele breedte van het Bollenveen met het Archelogisch Rijksmonument de Zeijer Strubben een hoge prioriteit. De stichting ZeijerWiek en Omgeving doet al ruim 30 jaar pogingen dit te realiseren.

 Bollenveen 4 panorama

Replica van de tjasker

FILMBEELDEN BOLLENVEEN

 

 ==========================================================================================================================================================

Veentjes rond Zeijen, de geschiedenis

Veentjes dateren vanaf het einde van de laatste ijstijd, zo’n 15000 jaar geleden. In het algemeen zijn veentjes ontstaan in laagten in het landschap. In de loop van tijd vormden zich hierin waterplassen met stilstaand water of langzaam stromend water. Door groei van veenmos en afzetting van mineralen en organisch materiaal begon de plas te verlanden en ontstond er veen. Afhankelijk van het klimaat, de neerslag en de samenstelling van de bodem vormden zich in de loop der tijd verschillende soorten veentjes. Rondom Zeijen gaat het om de zogenaamde pingo-ruïne en de stuifkuil. Een pingo-ruïne is een overblijfsel uit de laatste ijstijd. De stuifkuil ontstond in de prehistorie, zo’n 3000 jaar voor Chr. door het zeer intensieve gebruik van akkerland. Vaak stoof het zand tot op grond-waterniveau uit, waardoor relatief diepe kuilen ontstonden.
In de prehistorie dienden sommige veentjes als offerplaats om de goden goed te stemmen. Oude gebruikvoorwerpen, maar ook botten van (huis)dieren zijn in enkele veentjes gevonden, onder meer in het Bollenveen. De vondst van veenlijken is echter het meest bijzonder. ‘Het meisje van Yde’, gevonden in Yde ten noorden van Zeijen, is het meest bekende veenlijk van Nederland. De veentjes leverden in eerste instantie water aan mens en dier. Vanaf de 17e eeuw werd er door de mens turf afgegraven. De kleine veentjes leverden turf voor de lokale bevolking.
Inmiddels is deze oorspronkelijke functie verdwenen. Vroeger werd de landschappelijke en cultuurhistorische betekenis van de veentjes niet gezien. De veentjes kregen geen aparte bestemming en werden verwaarloosd of ‘opgeruimd’. De ecologische waarde van de overgebleven veentjes is sterk afhankelijk van de hydrologische situatie en van de voedselarmoede of -rijkdom van het water. Door ontwateringen ten behoeve van de landbouw is de grondwaterstand gedaald. Daarnaast is door toevoer van voedselrijk water uit aangrenzende landbouwgronden fosfaat en stikstof in het water van de veentjes terecht gekomen. Hierdoor is de oorspronkelijke vegetatie gewijzigd en zijn zeldzame plantensoorten verdrongen.



Terug