Houtwallen en singels

 Kerkepad panorama

Lange termijn visie op houtsingels en houtwallen

De houtsingels zijn grotendeels in de ruilverkaveling aangelegd. het kwam nogal eens voor dat de nieuwe houtsingel direct naast de bestaande oudere houtwal werd aangeplant. Deze nieuwe houtsingels waren 'de compensatie' voor het verdwijnen van houtwallen, bosjes en vennetjes en andere landschapselementen in de ruilverkaveling. De laatste veertig jaar hebben de houtsingels zich vrij eentonig en uniform ontwikkeld. Het beheer is erop gericht om meer variatie in de houtsingels aan te brengen. Door bepaalde 'vakken' te dunnen, meer open te maken en door nieuwe aanplant ontstaat een meer gevarieerde begroeiing. Dat is gunstig voor andere flora en fauna. In de wat bredere singels ontstaat een nieuw 'microklimaat'. Diverse vlinder- en vogelsoorten hebben daar baat bij. Ook schuilgelegenheid en voedsel voor bijvoorbeeld de ree worden hierdoor verbeterd.
In bepaalde delen worden omgewaaide bomen met rust gelaten. Ook daar ontstaan nieuwe levensvormen, want 'dood hout leeft'.
Eeuwenoude bomen, waaronder eik en beuk zijn in ons landschap zeer zeldzaam. Enkele bomen rond ons dorp zijn inmiddels meer dan een eeuw oud en enkele anderen zijn kansrijk om die leeftijd te gaan halen. Zij krijgen de ruimte en zijn vanuit de beleving en educatie zichtbaar gemaakt. Ooit zal Zeijen wellicht een 'heilige' eik hebben van 400 à 500 jaar oud.

 

De bosranden; biodiversiteit en natuurbeleving vergroten

Bosranden zijn van belang voor allerlei soorten vlinders en andere insecten, vooral indien de ligging op het zuiden is. Ook kleine zangvogels, amfibieën en reptielen maken gebruik van bosranden. Het is belangrijk dat er verschillende soorten, bloeiende struiken in de bosrand voorkomen en dat er een geleidelijke overgang is. Indien er, uiteindelijk, voldoende grote open plekken in het bos voorkomen fungeren deze randen als natuurlijke bosranden. Een aantal soorten zijn meer op het naastgelegen open terrein georiënteerd zoals de Zeijerwiek en het Veldakkersveen maar hebben de bosrand nodig voor een deel van hun activiteiten of levenscyclus. Bosranden moeten voor een goede functievervulling een geleidelijke overgang zijn van het opgaande bos naar de open terreinen, variërend in breedte, begroeiing en expositie. Bij landgoed Zeijen is een begin gemaakt met het aanpassen van de harde grenzen van de bosranden. In overleg is het beheer gericht op het pleksgewijs creëren van geleidelijke overgangen zoals tegen het Veldakkersveen, langs het weideland en enkele meer ´aangelegde´open ruimten in het nieuwe bos. Hier liggen grote kansen voor ontwikkelen microklimaat in het bos en een hoge ecologische meerwaarde. Daarnaast wordt ook de belevingswaarde voor de mens vergroot want de randen worden mooier, gevarieerder en spannender.
De praktijk leert dat afgezette jonge bomen snel uitlopen met nieuwe scheuten en dat ook andere soorten ter plekke ruimte krijgen, hetgeen de diversiteit versterkt. De opnieuw uitgelopen stobben zijn na 2 a 3 jaar vaak ruim boven de 1,5 meter hoog. In de communicatie is belangrijk te noemen dat juist het afzetten leidt tot bosverjonging en niet 'het verdwijnen' van bomen of bos.

Bij de planning en uitvoering van bovengenoemde wordt nauw samengewerkt met het Staatsbosbeheer, Landschapsbeheer Drenthe en de gemeente Tynaarlo.

 



Terug